De NLP techniek Parts integration (Visual Squash) gebruiken we bij:

  1. Interne conflicten
    • Een deel van me wil X, een deel van me wil Y.
    • Ik voel me in tweeën gedeeld.
    • Ik word twee kanten opgetrokken.
    • Aan de ene kant X, aan de andere kant Y.
    • Een deel van me zegt dat het niet goed is.
  2. Incongruent gedrag
    • Ik weet niet waarom ik het deed, dit ben ik gewoon niet.
    • Ik weet niet waarom ik het deed, ik was mezelf niet.
  3. Opeenvolgende incongruentie
    • Het ene moment ben ik gelukkig, het volgende moment ongelukkig en ik weet niet waarom?
  4. Tijdelijke problemen
    • Cliënt : Ik kan niet genoeg geld verdienen.
    • Coach: Weet je het zeker?
    • Cliënt : Nee. Soms denk ik dat ik het kan, soms dat ik het niet kan.
  5. Iedere incongruentie

Het proces van Parts integration bestaat uit

  • Het identificeren van het conflict en de delen die hierbij betrokken zijn.
  • De communicatie tot stand brengen met beide delen.
  • Het gedrag en de intentie van ieder deel te scheiden door up te chunken tot de hoogste intentie (bedoeling) van elk deel (voorbij de functionele grens).
Parts Integration

Het proces Parts Integration - innerlijke conflicten

  1. In 2-tallen. A is de cliënt en B de coach.
  2. Breng rapport tot stand en identificeer het conflict. B vraagt aan A:
    • Welke 2 delen zijn erbij betrokken?
    • Welk deel zou je voor nu kunnen benoemen als het probleemdeel?
  3. Toestemming vragen aan het onderbewuste. B vraagt aan A:
    • Neem nu even tijd om naar binnen te gaan en als je zover bent, geef het dan maar aan. Is het voor jouw onderbewuste oké om nu met de delen die bij dit conflict betrokken zijn te communiceren?
  4. Communicatie met het probleemdeel. B vraagt aan A:
    • Maak nu contact met het probleemdeel dat staat voor ____ en laat dit deel naar buiten komen en op je linker- of rechterhand plaatsnemen.
    • Hoe ziet dit deel eruit (vorm, kleur, grootte, …)?
    • En hoe voelt dit deel aan (temperatuur, gewicht, …)?
    • Bedank dit deel voor de bereidheid die het heeft om te communiceren.
  5. Communicatie met het andere deel. B vraagt aan A:
    • Maak nu contact met het andere deel dat voor ____ staat en laat dit deel naar buiten komen en op je andere hand plaatsnemen.
    • Hoe ziet dit deel eruit (vorm, kleur, grootte, …)?
    • En hoe voelt dit deel aan (temperatuur, gewicht, …)?
  6. Vind de hoogste intentie van het andere deel. B vraagt aan A:
    • Wat is de positieve bedoeling van dit deel? Wat wil dit deel bereiken?
    • Wat is de hogere intentie van dit deel?
    Ga door met upchunken van elke intentie tot de hoogste intentie.
    Bij een grens (loop) kun je vragen:
    • Als je ___ en ___ en ___ (bereikt) hebt, wat is daar dan de hogere intentie van?
  7. Vind de hoogste intentie van het probleemdeel. B vraagt aan A:
    • Wat is de positieve bedoeling van dit deel?
    • Wat wil dit deel bereiken?
    • Wat is de hogere intentie van dit deel?
    Ga door met upchunken van elke intentie tot de hoogste intentie.
    Bij een grens (loop) kun je vragen:
    • Als je ___ en ___ en ___ (bereikt) hebt, wat is daar dan de hogere intentie van?
  8. Integreer beide delen. B vraagt aan A:
    • Nu beide delen bij de hoogste intentie zijn aangekomen, zou het dan zo kunnen zijn, dat beide ooit onderdeel waren van één groter geheel? En nu je dit weet, zou het dan nu oké zijn om beide weer terug te laten gaan naar daar waar ze ooit vandaan gekomen zijn?
    • Merk nu op dat beide delen met elkaar samensmelten en integreren. Breng het geïntegreerde deel naar binnen, terug naar de plek waar het thuis hoort.
  9. Test en future pace (optioneel). B vraagt aan A:
    • Kun je een gebeurtenis in het verleden herinneren waar je dit oude conflict nog had en merk op hoe het nu anders is?
    • Kun je aan een toekomstige gebeurtenis denken, een gebeurtenis die als het in het verleden was gebeurd je dit oude conflict nog zou ervaren en merk op hoe het nu anders is?
  10. Rond deze sessie af en wissel van rol.